Boekomslag

Het spel van licht en donker

Welke schilderijen komen voor in Het spel van licht en donker?

p. 45-46 vijf schilderijen over de zintuigen (Rembrandt, ca. 1624)
p. 53 Kindermoord te Betlehem (Rubens, ca.1610)
p. 55-56 Historieschilderij met koning Tullus (Rembrandt, 1626)
p. 59-61 Stilleven met boeken (Lievens, 1627-28)
p. 62-63 Jongen met fakkel (Lievens, 1625)
p. 65-66 De gelijkenis van de oude dwaas of De geldwisselaar (Rembrandt, 1627)
p. 87-88, 106 Judas geeft de zilveren penningen terug (Rembrandt, 1629)
p. 92-93 Portret van Constantijn Huygens (Lievens, 1628-29)
p. 92-93 Portret van de Oosterling (Lievens, ca. 1628)
p. 98 David met het hoofd van Goliath (Caravaggio, 1605-10)
p. 110 Zelfportret met gevederde baret (Rembrandt, 1629)
p. 133-134, 191 Portret van een jongeman/zelfportret (Lievens, ca. 1631)
p.161 Andromeda (Rembrandt, ca. 1631)
p. 163 Het laatste oordeel (Lucas van Leyden, 1527)
p. 219 – 220, 235 lezende oude vrouw, profetes Anna (Rembrandt, 1631)
p. 278, 283, 297-299, 301-302 Portret van Nicolaes Ruts (Rembrandt, 1631)
p. 313, 328-329, 331 Portret van Marten Looten (Rembrandt, 1632)
p. 328-354 De anatomische les van professor Tulp (Rembrandt, 1632)
p. 363-364 Tekening van Jan Lievens aan het werk (Rembrandt, 1631)

Synopsis:
Rond 1630 is Rembrandt een aankomend schilder in Leiden. Hij deelt zijn atelier met het grote talent Jan Lievens. Hoewel ze concurrenten zijn, raken ze toch bevriend. Op een goed moment zitten ze in de kroeg met de haveloze Leidenaar Aris, een oude vriend van Rembrandt. Ook de steenrijke student Marten voegt zich bij hen.

De vier zullen elkaar nooit meer zo tegenkomen: Jan verkast naar Engeland, Marten hult zich in stilzwijgen, Rembrandt gaat abrupt in Amsterdam werken - en Aris krijgt de doodstraf. Wat is er voorgevallen?

Het spel tussen licht en donker is goed geresearched en zo levendig geschreven dat je als lezer wordt ondergedompeld in het leven van de jonge Rembrandt.

Tekstfragment:

Maartse buien roffelden onregelmatig tegen de ramen. Op dit soort dagen leek het pand eens zo oud, de knarsende scharnieren, de kromgetrokken planken op de vloer, de verroeste spijkers aan de muur, de deur die klemde. En overal doorheen de rusteloze wind, huilend als een weeskind.
Pas als hij de verf kon laten spreken, was hij op veilig terrein. Het werk aan zijn Judas nam hem volledig in beslag. Hij had het juiste spoor te pakken. Hij wist hoe hij de wroeging nog treffender, nog pijnlijker op het paneel kon overbrengen. Het drama waar Huygens om vroeg werd extra aangezet als hij het licht als het ware liet dwalen door de ruimte, om mantels en tulbanden van de Farizeeërs te schampen, te weerkaatsen op een schild aan de muur, om via de ontblote schouder van Judas af te dalen naar de dertig zilverlingen. Waardeloos over de grond verspreid en daarom zo sprekend. Of op de handen, waaruit het bloed is weg geperst of op de opgeslagen bijbel, op alle attributen die de machteloosheid van het aardse onderstrepen. Hij hield van wanhoop. Dieper kon je niet afdalen in jezelf.
Huygens had het goed gezien. Judas’ erbarmelijke toestand moest medelijden opwekken. De vernedering maakte hem weer menselijk en invoelbaar. De man zou zijn zelfopgelegde straf van verhanging niet ontlopen, maar hij kon wel degelijk stijgen in de achting van de kijker, door zijn wandaad onder ogen te zien. Wat Rembrandt betrof mocht hij hopen op Gods genade.
Rembrandt was pas zichzelf als hij langzaam losraakte van zijn omgeving, hinder van buitenaf geen vat meer op hem had en donkere gedachten smoorden, omdat de verf hem toegang verleende tot een andere wereld, waar goed en kwaad van elkaar gescheiden waren, waar elke daad naar boete of vergeving leidde, omdat God er zag en beschikte.
Hij pompte water en waste zijn gezicht. De tintelfrisse voorjaarslucht kwam binnen gewaaid, compleet met het gegorgel van de merel. Zoveel daglicht, zoveel tijd om te schilderen.
Hij bekeek het paneel van een afstandje. Stel dat Huygens het in deze staat zou zien, wat zou hij er dan voor over hebben? Stel dat het meer was dan Jan ooit had verdiend. Stel dat de naam Rembrandt in Den Haag begon rond te zoemen. Stel dat…
Op dat moment hoorde hij de deur. Iemand die kennelijk wist hoe je het touwtje tevoorschijn pulkt en dat je je voet ertegen moet zetten vanwege het klemmen.
Het slepende been op de trap verried hem dat het Aris was. Niemand anders beklom het wenteltrappetje alsof hij een zak hout op zijn rug had. Alsof die ongelijke, korte treden hem persoonlijk beledigden.
Tegen de tijd dat Aris boven aankwam, had Rembrandt uitgerekend dat hij zijn vriend bijna zes jaar niet had gezien.
Aris duwde behoedzaam de deur open en keek links en rechts, alsof hij er rekening mee hield dat er iemand achter stond met een knuppel in de aanslag. Daarna weer twee stappen. Pas toen hij merkte dat hij Rembrandt helemaal voor zichzelf had, verscheen die vertrouwde scheve grijns op zijn gezicht. Zwaar ademend sloeg hij de armen om Rembrandt heen. Die hield zijn ingezeepte vingers strak naar beneden.
Uiteindelijk bleef Aris, met de blik van een kenner, stilstaan voor de ezel. Hij krulde zijn onderlip naar buiten, keek met één oog naar Rembrandt, die intussen zijn vingers verder schrobde, zo van: ik word hier toch niet voor het lapje gehouden en nam toen de andere panelen langs de muur in zich op.
‘Zo, die Rembrandt. Hoe je het doet weet ik niet, maar je maakt plaatjes waar ik het helemaal koud van krijg. Niet omdat ik ze leuk of mooi vind, begrijp me goed, maar omdat ik erin wordt gezogen. Het hypnotiseert en ik wil helemaal niet gehypnotiseerd worden. Het is bijna eng, zo goed als jij dat kunt.’
Dat was ongeveer wat Rembrandt graag hoorde. Bedrog was het hoogst haalbare in de schilderkunst. De kijker moest voor zo lang als het duurde verlost worden van zijn eigen zelf. Het was aan Rembrandts vervalsing op het hout om de werkelijkheid nietig te verklaren.
‘Dit is toch die kerel die zich later ophangt, die Judas? Hij heeft flink medelijden met zichzelf. Man, pak een touw en steek je nek door die lus, denk ik dan. Klaar ben je.’
Aris zette zijn plunjezak neer.
‘Dat is maar de vraag.’
‘Oh krijgen we die weer. Nou, mocht het de Heer – Zijn naam zij geprezen – behagen ons eeuwig te laten branden, ach, dan branden we met zijn allen, jij net zo goed als ik. En met hoe meer we zijn, hoe korter, want vroeg of laat is alle hemelse turf er doorheen. Zeg, had jij toevallig nog wat onder de kurk?’
In afwachting nam Aris alvast plaats aan tafel en trommelde met zijn vingers, toekijkend hoe Rembrandt een fles wijn en twee kroezen tevoorschijn haalde.
‘Hoe was het in Amerika? Of ben je daar nu ook verbannen?’

'Om alvast een beetje op te warmen voor dat Rembrandtjaar is Het spel van licht en donker beslist een aanrader. Sowieso Rozemonds sterkste roman tot nog toe leest soepel weg, met hier en daar trekjes van een thriller.'
De Telegraaf

'Dit maakt Het spel van licht een donker tot een prettig leesbare historische roman, die het je niet moeilijk maakt
je voor even in Rembrandts wereld te wanen.'
Boekenkrant

‘Wat mij intrigeert, is zijn fascinatie met de zelfkant.’
interview in Trouw

'Rembrandt kende de mores van de straat'
interview Noord-Hollands Dagblad

'Een meesterlijk boek dat geen moment verveelt en de lezer midden in de zeventiende eeuw plaatst. Als ooggetuige.'
Geschiedenis.nl

'Het spel van licht en donker leest lekker vlot weg en je hebt geen enkele moeite je voor te stellen dat de beschreven gebeurtenissen echt gebeurd zouden kunnen zijn.'
Pressreader

'Ik ben zeer onder de indruk van deze historische roman. De schrijver weet, op een levendige en realistische manier, je mee te nemen naar het leven in Nederland in de 17e eeuw.'
Buitenhetboekje

'Bijzonder levensecht verteld. Je waant je in een andere tijd en wereld!'
Shyama in Boekenland

'Rozemond zet met dit boek een mooi portret van Rembrandt neer. De omschrijvingen van de oude straten en de kunstwerken zijn gedetailleerd als een schilderij uit de zeventiende eeuw waardoor zowel de liefhebbers van kunst als van de Gouden Eeuw zullen genieten van Het spel van licht en donker.'
Hoofdstuk 12

'Het is mooi hoe Rozemond de kwetsbaarheid van de schilder laat zien'
Chicklit

'Als je als lezer de afbeeldingen van de schilderijen opzoekt en leest wat Rozemond door de ogen van Rembrandt ziet krijg je steeds meer zicht op de ontwikkeling van Rembrandts ideeėn en zijn kunstenaarschap.'
Hebban

'Rembrandt ging nooit echt voor mij leven, deze roman bracht hier verandering in.'
Sandraleest.nl

This website is built by byKosmo.